Dag 14: De psychologische aanval. Mijn brein eist een beloning

Twee weken. Veertien dagen zonder sigaret. Ik voelde me sterk, bijna onoverwinnelijk. De lichamelijke ontwenning was grotendeels voorbij. Ik sliep beter, ademde makkelijker, proefde eten alsof het mijn eerste maaltijd was. Ik had de eerste veldslagen gewonnen, dacht ik. Maar ik had niet gerekend op de listigste vijand van allemaal: mijn eigen brein.

Op dag 14 sloeg het toe. Niet met geweld, niet met paniek, maar met een fluistering. Zacht, redelijk, overtuigend. “Robert,” zei een stemmetje in mijn hoofd, “je hebt het zo goed gedaan. Twee weken! Dat verdient een beloning, vind je niet? Eentje maar. Gewoon één sigaret. Om te vieren hoe ver je bent gekomen.”

En daar stond ik dan, met mijn logica die zei dat dit krankzinnig was, en mijn gevoel dat zei dat het best kon. Eén sigaret. Wat maakt dat nou uit?

De redenering die gevaarlijker is dan honger

Dit is wat ik later pas goed begreep: de drang in de eerste dagen is fysiek. Je lichaam schreeuwt om nicotine, punt uit. Maar de drang na twee weken is psychologisch. Je brein verzint redenen. Het maakt van een verslaving een redelijk gesprek.

“Je hebt het verdiend.”
“Eentje kan geen kwaad.”
“Je bent toch sterker dan vroeger, je kunt nu wel controleren of je stopt na één.”
“Het is zonde van al die vooruitgang om niet even te genieten.”

Ik ging op de bank zitten en luisterde naar die stem. En ik merkte dat ik begon te twijfelen. Echt te twijfelen. Want ja, ik had het zwaar gehad. Waarom zou ik mezelf niet belonen? Waarom zou ik niet even proeven van dat oude gevoel, om daarna weer verder te gaan met mijn rookvrije leven?

Het klinkt belachelijk nu ik het opschrijf. Maar op dat moment voelde het als pure logica.

De herinnering aan de ellende

Ik stond op het punt om mijn jas te pakken en naar de winkel te lopen. Echt waar. Mijn handen jeukten, mijn hoofd was gevuld met beelden van die ene sigaret, die ene trek, die ene bevrediging. Maar toen deed ik iets wat ik eerder had bedacht voor noodgevallen. Ik pakte mijn telefoon en las een bericht dat ik op dag 5 aan mezelf had geschreven.

“Lieve Robert, onthoud dit gevoel. Onthoud de smaak van kaas, de geur van de ochtend, de energie in je benen. Dit is waar je het voor doet. En onthoud ook hoe beroerd je je voelde op dag 2. Hoe je agressief was, hoe je hoofd tolde, hoe je vrouw je bijna niet kon uitstaan. Wil je dat echt weer?”

Ik las het drie keer. En langzaam, heel langzaam, begon de waas te trekken. Nee, ik wilde dat niet weer. Ik wilde niet terug naar dag 2, naar de hel van de eerste week. Ik wilde niet opnieuw beginnen, niet opnieuw vechten, niet opnieuw die ellende doormaken.

Beste stoppillen

Name

Active Ingredient

Price

Link

$ 2.60 per pill

;

$ 1.39 per pill

;

$ 1.16 per pill

;

Eén sigaret was niet één sigaret. Eén sigaret was de deur naar duizenden sigaretten. Dat wist ik. Dat had ik altijd geweten. Maar mijn brein had het even vergeten.

Wat ik deed om de storm te doorstaan

Die avond gebruikte ik alle wapens die ik in de afgelopen twee weken had verzameld:

Ik belde mijn vrouw. Niet om hulp, maar om het hardop te zeggen. “Ik heb nu heel erg zin in een sigaret. Mijn hoofd zegt dat ik het verdiend heb.” Ze luisterde en zei: “Je hebt inderdaad iets verdiend. Maar geen sigaret. Haal een ijsje, koop een boek, neem een warm bad. Maar geen sigaret.” Ze had gelijk.

Ik at iets. Een handje amandelen, langzaam gekauwd. Het gaf mijn mond werk en mijn handen bezigheid.

Ik ademde. Bij het raam, zoals ik in week 1 had geleerd. In, vasthouden, uit. Net zo lang tot de drang minder werd.

Ik dacht aan morgen. Aan wakker worden met het gevoel dat ik nog steeds rookvrij was. Aan niet de schaamte van een terugval. Aan de vrijheid die ik had gewonnen.

De overwinning op de gedachte

Na een uur was de drang weg. Niet helemaal, maar genoeg om te kunnen relativeren. Ik keek terug op de afgelopen uren en schrok van hoe dicht ik bij een terugval was geweest. Het was niet de fysieke honger geweest, maar een list van mijn eigen geest. Een psychologische aanval, gericht op mijn zwakste punt: het gevoel dat ik iets tekortkwam.

Maar ik had niets tekort. Ik had alles. Ik had gezondheid, vrijheid, trots. Een sigaret zou daar niets aan toevoegen, alleen maar afpakken. Die ene trek zou me niet belonen, maar bestelen. Bestelen van de vooruitgang, van het zelfvertrouwen, van de toekomst.

Die avond ging ik met een dubbel gevoel naar bed. Aan de ene kant moe van het gevecht, aan de andere kant sterker dan ooit. Ik had de grootste valkuil van week 2 overleefd. Ik had nee gezegd tegen de stem die zei dat het kon. En ik wist dat ik, als dit weer gebeurde, het opnieuw zou kunnen.

Dag 14 was de dag dat ik leerde dat stoppen met roken niet stopt na twee weken. Het is een proces, een groei, een steeds dieper besef van wat je aan het doen bent. En het is de dag dat ik besloot dat ik niet voor de gek zou laten houden door mijn eigen brein. Ik ben de baas, niet de verslaving.

Robert

Robert van Dongen
Rate article